B14 – DOELTAAL-LEERTAAL – DOELTAALDIDACTIEK, OMDAT DOELTAAL VOERTAAL ONZIN IS

|

Sebastiaan Dönszelmann – Vrije Universiteit Amsterdam – Nederland
(NEDERLANDS)

Van doeltaalgebruik leren leerlingen veel taal…, toch? Onderzoek naar taalverwerving en doeltaalgebruik laat zien dat het zo simpel niet werkt. We moeten vaststellen dat er een groot verschil is tussen ‘doeltaalgebruik’ en doeltaaldidactiek. Anders gezegd: het gebruik van de doeltaal is zeker niet zinloos, maar het levert pas wat op als docenten weten wat ze doen en bewust doeltaaldidactiek toepassen. Sebastiaan Dönszelmann (vakdidacticus MVT aan de Vrije Universiteit) promoveerde op effectieve doeltaaldidactiek en manieren waarop docenten zich zo’n didactiek kunnen eigen maken. In deze workshop komen aan bod: good-practice videofragmenten van doeltaaldidactiek, onderzoeksresultaten, je eigen doeltaalvaardigheden en concrete didactische handreikingen (doeltaal-leertaal). En natuurlijk het Handboek Doeltaaldidactiek.

En stock

Autres ateliers intéressants

  • C09 – LES ATOUTS DU FRANÇAIS AVEC AIM EN CLASSE 2 ET 3 !

    Janny Spreen – Project Frans; Zeven Linden College, Dedemsvaart – Nederland (NEDERLANDS)

    In deze workshop wordt ingegaan op het inzetten van AIM (Accelerative Integrated Methodology) in leerjaar 2 en 3. In leerjaar 1 is met het verhaal Les trois petits cochons of met het verhaal Salut, mon ami! een stevige basis gelegd. Het zou logisch zijn om met AIM in leerjaar 2 deze basis uit te bouwen met het vervolgverhaal Comment y aller? of met Veux-tu danser? en in leerjaar 3 met Qui arrive ce soir?, maar veel docenten weten niet goed wat het inzetten van deze verhalen beoogt te bereiken in de onderbouwklassen. Deze workshop geeft op meerdere vragen een antwoord, zoals welke woordenschat en grammatica worden aangeboden. Maar ook vragen als: Hoe wordt het spreken en schrijven gecontinueerd en uitgebouwd naar onafhankelijker en creatiever spreken en schrijven? Welke rol spelen de gebaren als ondersteunend hulpmiddel? Wordt dit (enigszins) afgebouwd? Hoe wordt de opgebouwde woordenschat uit leerjaar 1 herhaald? Hoe kun je alle vaardigheden efficiënt toetsen? Welke andere werkvormen komen aan bod? Ook wordt aandacht besteed aan het uitbouwen van steeds meer zelfstandig (samen)werken van leerlingen aan bepaalde taaltaken. Tenslotte wordt ingegaan op enkele speelse lesideeën ter afwisseling binnen het lesprogramma of ter aanvulling daarop.

  • E06 – ACTIVITÉS D’EXPRESSION ORALE : MAIS AU FAIT, COMMENT VA LA JOCONDE ?

    Michel Boiron – indépendant, expert, consultant pédagogique, Vichy – France (FRANÇAIS)

    À partir de quelques exemples de séquences pédagogiques créatives et récréatives centrées sur l’expression orale, dont la toile de fond sera le tableau de Léonard de Vinci, l’atelier présentera des principes pédagogiques pour animer et dynamiser la classe de français. La Joconde, portrait de Mona Lisa, est un des tableaux les plus célèbres au monde. Il est source d’inspiration de multitudes de caricatures, d’intrigues de films, de romans, de détournements créatifs… Il suscite la convoitise, l’admiration ou la moquerie. Chaque jour, des milliers de touristes se photographient avec Mona Lisa et le tableau a sa place tout aussi bien dans l’actualité littéraire que dans l’actualité des protestations spectaculaires lorsque des militants veulent obtenir une audience internationale. Voilà de quoi offrir une multitude de pistes pour des activités amusantes et utiles en classe de français.